Opdrachtgever
Cor & Sibylle Kalfsbeek
Adres
Vledderhof 3, Vledder
Opdracht / realisatie
1999 / 2000
Oppervlakte
voorhuis 446 m2, deel 318 m2
Landschap
Cor & Sibylle Kalfsbeek
Uitwerking
Harm Roossien Bouwadvies, Drouwen
Directie
Cor Kalfsbeek
Aannemer
Bouwbedrijf van Dijk bv, Vledder
Link
www.drentslandschap.nl
Vledderhof
In 1998 komt de Vledderhof in ons bezit - een boerderij uit ca 1850 en in gebruik als agrarisch melkbedrijf. De 6 ha land behorend bij de boerderij liggen aan de oost- en westkant. Met naast het boerenbedrijf 10 studenten in de kost is de boerderij door de jaren heen talloze malen verbouwd. Om bij de herbouw tot historisch juiste ontwerp beslissingen te komen laten wij een bouwhistorisch onderzoek door Vlaardingerbroek & Wevers te Utrecht uitvoeren. Het resultaat is eenduidig: de boerderij is uiterst sober gebouwd zonder enige kwaliteit in materiaal en detaillering. Lees verder onder situatie in 1998.
Met behoud van de oorspronkelijke structuur van de plattegrond zijn extra deurpartijen geïntroduceerd die zichtlijnen zowel in de lengte als ook in de breedte mogelijk maken. De aanbouw heeft aanzien en functie van een serre gekregen met eronder de wijnkelder. De hoofdtrap is naast de gang geplaatst en vanaf de entree is het zicht vrij via de serre naar buiten. Om niet te vervallen in historiserende interpretaties van niet aangetoond detail- en materiaalgebruik is voor een kwalitatief hoogwaardige maar eenvoudige afwerking gekozen - teruggaand naar de sobere tijd van de Drentse ontginningslandgoederen rond 1850. Belangrijk was de handmatige afwerking: pleisterwerk met de korte rei en sauswerk met de blokkwast. Het houtwerk is geplamuurd en met de kwast geschilderd. De vormgeving van de paneeldeuren is wel eigentijds: houten raamwerk met mdf paneel of glas ipv brede delen. De historische kleurstelling volgt de architectuur buiten: het wit gepleisterde voorhuis (wonen) is het meest hoogwaardig afgewerkt met blank geoliede grenen delen (eiken was te luxe geweest). Het boerderijgedeelte (koken) is eenvoudiger met groengrijs geschilderde lariks vloerdelen en dito keukenmeubilair. De gastenbadkamer en de bijkeuken zijn in de deel gebouwd en uiterst sober.
De grote verbouw in 1962 tast de architectuur verder aan: de flauwe helling van het dak aan de zuidzijde van het voorhuis past niet bij architectuur uit die tijd. Velux dakvensters, betonpleisterwerk en stalen kozijnen en de aanbouw aan de westkant tonen een pand zonder enig allure. Binnen resulteert de kamerverhuur in een optelsom van kamertjes, keukens en sanitaire ruimtes met veel onderlinge niveauverschillen. Het huis mist bovendien een gemetselde fundering. Wij overwegen sloop - en herbouw. Met herbouw was wel het laatste restje authenticiteit verdwenen en dus kiezen wij voor verbouw met een eigentijdse benadering maar wel volgens historische referenties geldend voor de tijd van de oorspronkelijke bouw.
Na het slopen en opruimen van alle agrarische bedrijfsgebouwen resteerde een ca. 1 ha groot braak liggend terrein. Daar waar aan de oost- en de zuidzijde relatief kleine ingrepen binnen de aanwezige oude parkstructuur volstonden was voor de westzijde een totaal nieuw concept nodig. Conform de traditionele opzet van een landgoed met een siergedeelte (park en siertuin) en het nutgedeelte (boomgaard, moestuin en pluimvee) is voor de invulling van het nieuwe gedeelte gekozen voor een mix van sier en nut. De toevoeging van een royale vijver lost twee problemen op: aan de ene kant wordt de serre verankerd in zijn plek en aan de andere kant beëindigd de vijver met een zachte oever het park en bakent met de strakke kant het nutgedeelte af. Met de grond uit de vijver wordt het park beëindigd en met 100 rhododendren beplant. Naast de vijver zorgt een lindelaan - later op te snoeien als berceau - voor intimiteit en ruimtelijkheid op het grote terrein. Dicht bij de keuken ligt parallel aan de deel de moestuin. In het verlengde van de boerderij omsluit een U-vormige hazelaarshaag de bessentuin. Op de plaats van de oude stallen staan de hoogstam fruitbomen ingelijst door beukenhagen. Tussen de boomgaard en de lindelaan zouden de verblijven en weides van kippen en geiten komen.











